Interview met een UNAMIR-veteraan, naar Rwanda uitgezonden als kapitein bij de landmacht en aldaar ingezet als adjudant van de force commander van de VN-troepen in Rwanda.

De geïnterviewde kwam in 1977 bij de luchtmacht te werken en stapte na enige jaren over naar de landmacht. Hij vertelt over zijn vader, zijn grote inspiratiebron, zijn opleiding en eerste ervaringen als beroepsofficier. De geïnterviewde vertelt over de aanloop naar zijn eerste missie. Onverwachts werd hij uitgekozen om als adjudant van generaal Dallaire ingezet te worden, de force commander van de VN-troepen in Rwanda. Hij vertelt dat er onderhuids veel spanning was tussen de Hutu’s en de Tutsi’s, wat op 6 april 1994 tot uitbarsting kwam. Het regeringsvliegtuig met daarin de president van Rwanda werd neergeschoten en radicale Tutsi’s begonnen met het vermoorden van Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Uiteindelijk kwam er bijna een miljoen mensen om tijdens deze genocide. Op 7 april werden er ook tien Belgische VN-militairen vermoord. De geïnterviewde vertelt dat hij naar het mortuarium ging om het aantal vast te stellen. De aanblik van de lijken maakte diepe indruk. Ook werd hij regelmatig gebeld door angstige burgers die omsingeld waren door radicale Tutsi’s. Voor de geïnterviewde zijn dit ervaringen waar hij later grote problemen mee krijgt, onder meer in de vorm van herbelevingen. Ook uit hij in het interview zijn diepe teleurstelling in de VN. Hij vertelt dat hij zich schaamt voor de blauwe baret en zich afzijdig houdt van veteranenactiviteiten.

Interviewgegevens

Interview
1690 
Interviewdatum
09 augustus 2018 
Project
ICNV